Eén op de drie klachten in de huisartsenpraktijk gaan over het bewegingsapparaat. Een groot deel behandelen de huisartsen zelf. Voor verder onderzoek verwijzen zij vaak naar de tweede lijn. Veel van de conservatieve behandelingen waar de orthopeden mee starten, kunnen met de juiste ondersteuning vanuit de tweede lijn echter net zo goed door de huisarts worden gedaan. Dit signaleerden Stijn van Gennip en Albert van Houten, aios orthopedie in de Regionale OpleidingsGroep Orthopedie Oost (ROGOO). Stijn: “In de praktijk zetten wij vaak eerst dezelfde stappen die de huisarts ook kan zetten. Daarom ontwikkelden we een behandelalgoritme, beschikbaar via de website www.join2care.nl. Dit is een stroomdiagram dat de huisarts begeleidt naar een behandeladvies en dit met achtergrond en onderwijs ondersteunt.”

Zorg op de juiste plaats

Albert van Houten, aios orthopedie in de Regionale OpleidingsGroep Orthopedie OostAlbert: “Als orthopeed zie je tientallen patiënten per dag. Daarvan heeft maar een enkeling uiteindelijk behandeling door een orthopeed nodig, zoals een operatie. De meeste patiënten kunnen, met ondersteuning, heel goed door de eigen huisarts worden geholpen. Maar er zijn ook aandoeningen waarbij we de patiënt juist direct willen zien. Met het behandelalgoritme kunnen we ervoor zorgen dat de patiënt op het juiste moment bij de juiste hulpverlener komt.” Stijn vult aan: “Patiënten die wel geopereerd moeten worden, zijn dan sneller aan de beurt. En patiënten die conservatief behandeld kunnen worden, kunnen in hun vertrouwde omgeving terecht, dicht bij huis. Daarnaast moeten artsen steeds meer nadenken over de zorgkosten. Ook vanuit dit oogpunt is het een verbetering als de huisarts patiënten langer kan begeleiden.”

Behandelalgoritme

Stijn van Gennip, aios orthopedie in de Regionale OpleidingsGroep Orthopedie OostStijn: “Binnen ons algoritme maak je aan de hand van een klacht keuzes die leiden tot een behandeladvies. Bij het behandeladvies zit een achtergrond waarin het advies wordt toegelicht, zodat de huisarts precies de argumentatie kan volgen. Albert: “Er zitten ook onderwijsmodules in, over hoe je lichamelijk onderzoek doet of injecties geeft. Zo kan de huisarts effectief de behandeling starten met de meest recente informatie.”

 

Het project

“’We maken even een app of een website’, dachten we toen we begonnen. Maar de realiteit is natuurlijk ingewikkelder. Via ons netwerk vonden we mensen die in het ziekenhuis betrokken zijn bij innovatieve projecten. Zij adviseerden ons om klein te beginnen. Daarom zetten we het eerst op papier voor twee klachten; knie en schouder. Dat bleek al een hele kluif. Je moet de inhoud van alle richtlijnen en leerboeken bundelen tot behapbare informatie die relevant is voor een huisarts tijdens een consult.”

Stijn: “Huisartsen die we kenden, vroegen we om het algoritme te toetsen aan casuïstiek uit hun praktijk. Zij vonden het een veelbelovend project, maar gaven aan dat huisartsen helemaal niet zitten te wachten op een app, zoals wij dachten. Zij hebben meer aan een website.”

Verdiepen in andere disciplines

Albert: “We zijn natuurlijk opgeleid tot dokters, maar voor dit project moeten we ons ook verdiepen in heel andere disciplines. Hoe moet een website eruitzien, hoe maak je die gebruiksvriendelijk? Hoe werkt dat met vormgeving en logo? Dat is heel belangrijk. Als het alle kanten op gaat, ben je de mensen al kwijt voor je goed en wel begonnen bent.” Stijn: “We maken nu eerst de website af en dan starten we met een pilotfase. Met het onderzoeksinstituut van het Radboudumc gaan we bij een aantal huisartsenpraktijken bekijken of het gebruiksvriendelijk is en of het aantal verwijzingen afneemt.”

Toekomst

Albert: “Het behandelalgoritme moet eerst zichzelf bewijzen als hulpmiddel in de praktijk. Als blijkt dat huisartsen het niet gebruiken, gaat het ook niets opleveren. Dus we gaan stap voor stap en sturen het proces bij wanneer dat nodig is.” Stijn: “Dat is ook een advies dat we kregen: focus op een onderdeel en als dat lukt en werkt, dan kun je weer verder kijken. Daarom richten we ons nu puur op het ontwikkelen van de website met het algoritme voor een schouder- en een knieklacht. Wanneer dat waarde blijkt te hebben, kunnen we meer orthopedische klachten toevoegen en kijken welke mogelijkheden er nog meer zijn.”