Bij een oncologische behandeling zijn vele zorgverleners betrokken, die de behandeling onderling moeten afstemmen. Daarom worden de meeste oncologische patiënten vandaag dan ook besproken in een multidisciplinair overleg (mdo). In de afgelopen decennia is het mdo vast onderdeel geworden van onze oncologische praktijk. Zo staat in oncologische richtlijnen dat een patiënt in een mdo besproken moet worden en ook het programma ‘Zichtbare zorg’ van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) benoemt het mdo als kwaliteitsindicator.

Blog in Medisch Contact

Schelto Kruijff, oncologisch chirurg in het UMCG
30 januari 2017

Bron

We vinden dus eigenlijk dat als een patiënt niet ‘besproken’ is dat er dan geen goede zorg is verleend. Het is maar zeer de vraag of dat waar is.

Het mdo is namelijk niet gratis. In onze ziekenhuizen worden wekelijks tientallen mdo’s georganiseerd waar zo’n twintig specialisten zitten à gemiddeld 125 euro per uur. Dan zijn de kosten per week al snel zo’n 50.000 euro aan specialisten zonder de administratieve ondersteuning, zaalhuur of ICT noch de voorbereidings- en uitwerkingstijd mee te rekenen. Doen we dit wel, dan is het kostenplaatje zeker tussen de 3 en 5 miljoen euro per ziekenhuis. Met het toenemende oncologisch volume in het achterhoofd neemt de druk op deze kosten dagelijks toe.

Het mdo is niet gratis

Is dat het allemaal waard?

Iedereen zal het ermee eens zijn dat mdo’s ons als specialisten dichter bij elkaar hebben gebracht, dat het een zegen voor de patiënt is dat er één goed behandelplan is in het ziekenhuis en dat het prettig is voor de specialist een klankbord te hebben voor complexe casuïstiek. Maar dat we hamerstukken verplicht moeten bespreken terwijl we ook al protocollen en richtlijnen hebben, dat mdo’s voor sommigen bijna een werkdag per week kosten en dat het een enorme bureaucratische druk geeft die niet of nauwelijks administratief ondersteund wordt, is iets wat veel te weinig wordt benoemd.

Bovendien, door het verplicht te stellen, leidt het mdo tot nog meer defensieve geneeskunde, waarbij er bijna geen beslissing meer genomen kan worden zonder dat het ‘in het mdo is besproken’.

Ook is het mdo in haar huidige vorm aan een flinke renovatie toe. Laten we alsjeblieft staand vergaderen (zitten is het nieuwe roken) want dat gaat bewezen sneller, geen koffie en telefoons in de zaal en gaarne een flexibele organisatie, zodat je ook last minute met een casus onder je arm kunt komen. We moeten af van ‘niet op tijd aangemeld dus volgende week’-bureaucratie. We zijn immers geen gemeentehuis maar een ziekenhuis. Wij zijn niet van ‘de krokodil achter het loket’, maar wij zijn dokters!

Wat mij betreft moeten de mdo’s dienend zijn aan de specialist, de hoofdbehandelaar diegene aan wie de patiënt het vertrouwen heeft gegeven. Wij moeten als specialist niet slaaf worden van ons eigen mdo, een instituut dat wij uiteindelijk zelf bedacht hebben.

Er is namelijk nog steeds geen enkele gerandomiseerde gecontroleerde studie waarin de meerwaarde van het bespreken van een patiënt in een mdo voor de behandeluitkomst bewezen is. En daar ging het toch allemaal om?

Lees op www.medischcontact.nl