Bestuursvoorzitter van het Radboudumc Leon van Halder roept het kabinet op om niet weer een stelselwijziging door te voeren. Van Halder: ‘Laten we met elkaar het huidige stelsel optimaliseren. Een nieuwe stelselwijziging helpt de patiënt niet en houdt professionals af van waar het om gaat.’

Van Halder ziet het aankomen: weer vier jaar bezig met de naweeën van een stelselwijziging, dat kost ongelofelijk veel energie en handenvol geld. En waarom? ‘We doen het hartstikke goed in Nederland, onze zorg is van hoge kwaliteit maar wel duur. Dat los je niet op met een stelselwijziging. We moeten meer energie stoppen in het oplossen van echte vraagstukken, waar de patiënt beter van wordt.’

Bekostigingsvraagstukken
Zo’n vraagstuk is de bekostiging van ketenzorg. De huidige dbc’s passen niet bij de integrale zorgketens voor bepaalde aandoeningen. Neem bijvoorbeeld ParkinsonNet: een multidisciplinair samenwerkingsproject inclusief scholing. Dat werkt heel goed voor de kwaliteit van zorg voor de patiënt. Daar moet dringend goede bekostiging voor komen, vindt Van Halder. Voor veel chronische aandoeningen zullen dergelijke integrale oplossingen komen waarvoor hetzelfde bekostigingsvraagstuk gaat gelden.
Ook zal nagedacht moeten worden over hoe zorg wordt vergoed van ziekenhuizen die met elkaar samenwerken in netwerken, want dit komt steeds meer voor en de vergoeding is daar nu niet op ingericht.

Aanval op de bureaucratie
Het verminderen van regeldruk gaat Van Halder niet snel genoeg. ‘Er zijn wel mooie initiatieven, maar we moeten daar een enorme versnelling in aanbrengen. Laten we een aanval doen op de bureaucratie, zodat de professional meer tijd krijgt voor de zorg. Het algemene belang gaat voor het belang van partijen en individuen. Laten we een contract afsluiten met elkaar en harde afspraken maken. Daar doe ik graag aan mee.’ Van Halder geeft een paar voorbeelden: er zijn teveel controle-instanties op de dbc’s en het aantal kwaliteitsindicatoren moet significant omlaag. ‘Deze administratieve lasten komen van beroepsverenigingen, de NZA, de IGZ, de verzekeraars enzovoorts. ‘Het is van groot belang dat we met elkaar onder strakke leiding die slag maken. Daar zou de overheid ons enorm in kunnen helpen. Er moeten echt knopen worden doorgehakt.’

Wachtlijsten derdelijnszorg
Een dreigend dilemma is dat van de wachtlijsten. Umc’s kampen met lange wachtlijsten voor derdelijnszorg. Zo zijn KNO-artsen in het Radboudumc gespecialiseerd in het inzetten van cochleaire implantaten. De wachtlijst is een jaar en patiënten kunnen in de regio niet doorverwezen worden . Dat komt onder meer doordat sommige zorgverzekeraars niet meer willen betalen dan het afgesproken budget. Daar wil Van Halder tegenover stellen dat het ziekenhuis de verantwoordelijkheid moet nemen om doelmatiger te werken. ‘Als blijkt dat wij dat goed doen, en mensen komen uit het hele land naar ons toe, dan moet er wel een oplossing voor komen van de zorgverzekeraar.’

Innovatieve verzekeraars nodig
Er is veel kritiek op de rol van zorgverzekeraars. Niet helemaal ten onrechte, vindt Van Halder: ‘Verzekeraars zijn gegroeid in hun rol, maar er moeten nog meters worden gemaakt. De ene verzekeraar is de andere niet. Met VGZ bijvoorbeeld hebben wij een goed contract kunnen sluiten om kwaliteit en doelmatigheid beter te organiseren. Daar heb je innovatieve zorgverzekeraars voor nodig.’
Van Halder stelt ook voor dat zorgverzekeraars goede voorbeelden van elkaar overnemen. Dat gebeurt lang niet altijd. ‘Met sommige verzekeraars kunnen we goed over kwaliteit praten en soms gaan andere verzekeraars daarin mee. Maar vaak ook zitten we met vijf verzekeraars vijf verschillende contracten uit te werken. Dat kan eenduidiger en is transparanter voor de patiënt’ De contacten met zijn goed met VGZ en CZ, met de andere zorgverzekeraars zou Van Halder graag willen afspreken dat zij zich minder als boekhouder opstellen.
In zijn functie als DG bij VWS heeft Van Halder meegewerkt aan de totstandkoming van de hoofdlijnenakkoorden. ‘We hebben geprobeerd de betaalbaarheid te garanderen. Uiteindelijk hebben alle partijen daar hun verantwoordelijkheid in genomen. Afspraken over transparantie en concentratie van zorg zijn wel gemaakt maar de uitvoering loopt te traag. Dat kan veel beter.’

Commitment aan kwaliteitsagenda
Van Halder ziet geen enkel voordeel van een stelselwijziging op langere termijn. ‘Het is een illusie dat je met een stelselwijziging iets oplost. Commitment is veel belangrijker. Er is steeds meer behoefte aan een kwaliteitsagenda. Dat past ook bij de bevlogenheid van de dokters. We kunnen afspraken maken die steeds minder vrijblijvend gaan worden. Ik denk dat daar meer energie van uit gaat dan een klassieke stelselwijziging.’

Bron: zorgvisie.nl | 30 januari 2017