Ron Kusters en Jasmijn van Balveren

Hoe draagt diagnostiek bij aan doelmatige zorg? Dat is de invalshoek van Ron Kusters (klinisch chemicus) en Jasmijn van Balveren (aios Klinische Chemie), beiden werkzaam in het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Wat is jullie focus binnen het Bewustzijnsproject?

Jasmijn: “In onze OOR ligt de nadruk op de samenwerking tussen de eerste en de tweede lijn met als uitgangspunt: zinnige zorg op de juiste plaats.

De samenwerking van Klinische Chemie met Huisartsgeneeskunde in het Diagnostisch Toets Overleg (DTO) is daar een goed voorbeeld van. Eén à twee keer per jaar komen huisartsgroepen bij elkaar om te reflecteren over hun diagnostische aanvragen. Via spiegelinformatie krijgen ze inzicht in de aanvragen die zij en hun collega’s het afgelopen jaar hebben gedaan. Het doel is om huisartsen beter bewust te maken van wat efficiënte aanvragen zijn, en wat niet.”

Dus jullie voeden de huisartsen op?

Jasmijn: “Nee, zo is het niet. De huisartsen discussiëren met elkáár over hun aanvraaggedrag. Ze bespreken de onderlinge verschillen aan de hand van casussen. Er zit wel een klinisch chemicus bij het DTO, maar de leider van de bijeenkomst is altijd een huisarts. ”

Ron: “Tijdens een DTO behandelen we een actueel thema, bijvoorbeeld allergie-onderzoek. Dat is een relatief duur onderzoek en wordt veel aangevraagd door huisartsen. In het kader van doelmatig aanvragen is het dus een dankbaar onderwerp. We gaan eerst in op de theorie: wat is een allergie? Wat kunnen wij diagnostisch doen? Wat is zinnig, en wat niet? Vervolgens wordt er dan gekeken naar het aanvraaggedrag van de groep, het afgelopen jaar.”

Wat is het nut van spiegelinformatie?

Ron: “Spiegelinformatie maakt mensen bewust van hun handelen. Heel veel dingen zijn ingesleten, die gebeuren routinematig. Routine geeft aan de ene kant zekerheid: je doet iets op dezelfde manier en met dezelfde kwaliteit. Aan de andere kant kunnen er zaken in sluipen die niet doelmatig zijn. Dat kan medicatieverstrekking zijn, maar ook diagnostiek. Als er iemand wordt binnengebracht op de SEH, dan wordt er een vast pakket aan diagnostiek afgewerkt. Af en toe moet je daar eens kritisch naar kijken: is het allemaal nog adequaat of zijn er betere mogelijkheden om tot een diagnose te komen of om iets uit te sluiten? Dat bewustzijn zou vanaf het prille begin van de opleidingen ingeprent moeten worden.”

Vinden specialisten die spiegelinformatie niet confronterend?

Ron: “Bij de DTO’s merk ik dat huisartsen het juist steeds makkelijker vinden om met elkaar over de verschillen te praten en zich zodoende kwetsbaar op te stellen. Het is heel dapper om als arts te vertellen dat je soms weleens toegeeft aan wat een patiënt wil, ook al denk je er zelf anders over. Want dat ontketent een hele discussie: Waarom geef je toe? Lever je daarmee wel een bijdrage aan de verbetering van de gezondheid van de patiënt? Die discussies zijn heel interessant en leerzaam.”

Is diagnostiek dan geen thema binnen de (huisarts)opleidingen?

Ron: “Er wordt door artsen wel gesproken over ‘zinnige en zuinige diagnostiek’, maar men focust zich daarbij vooral op kostenreductie door minder aanvragen. Terwijl doelmatige diagnostiek kan betekenen dat je nét iets meer doet, maar daarmee juist wel kosten bespaart in het vervolgtraject. Een voorbeeld is diepe veneuze trombose die de huisarts met een labtest in zijn eigen praktijk kan vaststellen of uitsluiten. Je investeert dan een klein beetje in een diagnostisch middel buiten het laboratorium, maar daarmee voorkom je dat patiënten onterecht bij de radioloog terechtkomen.”

Jasmijn: “Het zou mooi zijn om aios Huisartsgeneeskunde meer te betrekken bij DTO’s. Dit past ook bij wat het landelijke Bewustzijnsproject beoogt: de aios bewust maken van doelmatigheid in de zorg.”

Wat doet jullie OOR nog meer om aios bewust te maken van doelmatigheid in de zorg?

Jasmijn: “Er loopt op dit moment een pilot waarbij aios Gynaecologie gezamenlijk spreekuur houden met aios Huisartsgeneeskunde. Er is op die manier laagdrempelig contact tussen de artsen en je voorkomt dat patiënten onnodig worden doorverwezen. In een andere pilot vindt er op vaste tijden overleg plaats tussen aios Interne Geneeskunde en aios Huisartsgeneeskunde. De pilots stimuleren kennisoverdracht en overleg tussen de eerste en de tweede lijn.”

Hoe staan de aios eigenlijk tegenover doelmatige zorg?

Ron: “Aios zijn nog niet voorgeprogrammeerd. ‘Zo doen we het nou eenmaal’ zul je niet snel uit hun mond horen. Wij hebben tijdens een onderwijsmiddag de confrontatie gezocht door te discussiëren over dilemma’s als financiering van de zorg versus dure geneesmiddelen. Je kunt ze daarin behoorlijk uitdagen en krijgt dan een heel levendige discussie. In het ultieme geval hebben we straks een generatie specialisten die deze houding ook weer doorgeven aan hun collega’s en aan de mensen die zij opleiden.”

Welke tips hebben jullie tenslotte voor opleiders en aios?

Ron: “Laat ik vooropstellen dat we pas recent zijn aangehaakt aan het Bewustzijnsproject. We zijn zelf nog lerende. Als ziekenhuis hebben we een gewaagd doel: we willen de gezondheidsbeleving volgens de definitie van Machteld Huber meetbaar verbeteren. Onze strategie is dat we ons niet beperken tot het geven van medisch-specialistische zorg binnenshuis, maar dat we ook búiten het ziekenhuis komen. Dat houdt een cultuurverandering in die je ook binnen je opleidingen wilt. Als ik iets zou mogen meegeven aan opleiders, dan zou ik zeggen: besteed vooral aandacht aan dit cultuuraspect en zet doelmatigheid structureel op de agenda. Doelmatig werken is gunstig voor de zorg, voor de patiënt en voor je eigen werkplezier.”

Jasmijn: “Begin met het plukken van laaghangend fruit. Pak iets kleins aan in je eigen werk dat beter of doelmatiger kan en doe dit met een groepje gemotiveerde mensen: je krijgt nooit iedereen meteen mee als je iets wil veranderen.”

Ron: “En aios: blijf kritisch. Neem niet alles wat je in je opleiding hoort voor waar aan. Dat houdt ook je opleiders scherp!”