Een opleider of supervisor die je uitdaagt om te bedenken: moet dit of kan het ook anders? Daar heeft Ben Tomlow veel aan gehad. Hij heeft zijn vervolgopleiding Longgeneeskunde kort geleden afgerond en is nu chef de clinique Longziekten in Isala Zwolle. “Tijdens mijn coschappen interne geneeskunde zei mijn supervisor: ‘Je mag alle onderzoeken aanvragen, zolang je maar bij mij kunt verantwoorden waarom je dat hebt gedaan’.”

Ben Tomlow

Vond je dat prettig, dat je supervisor je behoorlijk vrij liet?
“Ja, daar heb ik enorm veel van geleerd. Deze specialist had lange tijd in Afrika gewerkt met beperkte middelen; in zo’n situatie móet je simpelweg wel nadenken over het effectief en efficiënt gebruik daarvan. Elke dag namen mijn supervisor en ik door welke patiënten ik op zaal had en welke onderzoeken ik wilde aanvragen. Hij zei dan met een glimlach: ‘Als je een onderzoek aanvraagt dat niet had gehoeven, dan houden we het gewoon van je salaris in.’ Niet dat je als coassistent salaris kreeg, maar zijn vertrouwen en de vrijheid die hij gaf heeft mij wel gevormd: ik vraag me altijd af of een onderzoek op dat moment logisch is, of het niet te belastend is voor de patiënt en of het wel echt nodig is.”

Heb je later in je opleiding ook nog zulke leermeesters gehad?
“Als aios heb ik veel geleerd van een oncoloog die zei: ‘Je vertelde net dat je een pleuravochtdrainage voor de longen wilt inplannen, maar je hebt nu tijd en kunde beschikbaar, waarom doe je het dan niet meteen?’ Dat heeft me wakker geschud. Zeker op de afdeling oncologie wil je mensen zo min mogelijk onderzoeken ‘aandoen’ en zo min mogelijk terug laten komen, terwijl je snel en efficiënt een diagnose en een stappenplan wilt geven.  Dat kan soms in veel minder stappen en sneller dan je misschien gewend bent. Natuurlijk heeft tijd ook een functie: als een patiënt een zeer ongunstige diagnose heeft gekregen, moet er wel gelegenheid zijn om het slechte nieuws te laten bezinken. Aan de andere kant wil je patiënten ook niet onnodig in het ongewisse laten. Meestal is iedereen erbij gebaat als er snel duidelijkheid is over het vervolgtraject.”

Denk je bij elke patiënt zo bewust aan doelmatigheid?
“Dat probeer ik wel, ja. Ook ik vraag wel eens een scan aan die achteraf gezien misschien niet nodig was geweest. Maar als je als uitgangspunt neemt dat je de patiënt zo goed mogelijk wilt helpen en zo veel mogelijk wilt ontzien, dan gaat doelmatig werken eigenlijk vanzelf. Wordt een patiënt via de huisarts ingestuurd, dan laat ik niet standaard bloedprikken. Ik vraag eerst na of de huisarts die dag nog bloed heeft laten onderzoeken. Het klinkt heel logisch, maar die vraag wordt lang niet altijd  gesteld. Dat zou wel moeten, want zo leuk is bloedprikken niet voor de patiënt. Bovendien: als je een bloeduitslag van dezelfde dag hebt, waarom zou je dan nog een keer prikken?”

Rolmodellen zijn in jouw ogen essentieel om doelmatigheidsbewustzijn over te brengen?
“Bij mij heeft dat zeker goed gewerkt. Als ik supervisie heb over de afdeling begeleid ik vaak coassistenten. Ik merk dat met name coassistenten hebben geleerd om veel onderzoeken te doen en dat zij de standaardriedeltjes aan onderzoeken als vanzelfsprekend zien. Ik probeer awareness te kweken, door te vragen: waarom wil je dit onderzoek aanvragen? Omdat het standaard is, omdat er een ‘grote visite’ aankomt of omdat je het nodig vindt? En als je het nodig vindt, is dat dan om jezelf gerust te stellen, om je eigen nieuwsgierigheid te bevredigen of doe je het in het belang van de patiënt? Doelmatigheidsbewustzijn moet je zo vroeg mogelijk aanwakkeren, daar ben ik van overtuigd.”