Probleemstelling

De diagnose attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) wordt vaak gesteld. Naar schatting 3-5% van de kinderen onder de 16 jaar voldoet aan de criteria en 5% van alle schoolkinderen gebruikt een geneesmiddel voor ADHD. De standaard ADHD bij kinderen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) geeft als richtlijn dat kinderen die medicamenteus behandeld worden, minimaal eens in de 6 maanden gecontroleerd moeten worden na terugverwijzing naar de eerste lijn. 

GGD Hart voor Brabant
Auteur: Marieke Duif-Klessens

Er mag alleen tussentijds herhaalmedicatie voorgeschreven worden als het kind op de halfjaarlijkse controleafspraken verschijnt. Deze controles worden helaas vaak vergeten. Ongeveer 20% van de kinderen die behandeld wordt met psychostimulantia staat hiervoor niet onder controle. Op dit moment zijn deze taken belegd in de huisartsenpraktijk bij de huisarts of de POH-GGZ (praktijkondersteuner van de huisarts op het gebied van geestelijke gezondheidszorg). Gezien de aard van de taken, rijst echter de vraag of de jeugdarts niet beter toegerust is om een hoofdrol te spelen bij de follow-up van kinderen met enkelvoudige ADHD.

Doelstelling

Idee:
De jeugdarts werkt samen met de huisarts in de follow-up van kinderen met ADHD, waardoor deze kinderen adequaat gevolgd worden.

Bedoeling:

  • Kwaliteit van zorg voor kinderen met ADHD verbeteren.
  • Problemen thuis, in de vrije tijd en op school bij kinderen met ADHD voorkomen of tijdig signaleren.
  • Samenwerking verbeteren tussen huisarts en jeugdarts in de zorg voor kinderen met ADHD.
  • Hogere bedoeling (indirect effect): zorg in de eerste lijn verbeteren door een betere samenwerking tussen huisarts en jeugdarts.
Plan van aanpak

Ik start daarvoor een pilot met enkele huisartsenpraktijken in de gemeente Heusden. De bedoeling van de pilot is:

  • Inventariseren hoeveel kinderen met ADHD er in een normpraktijk (huisartsenpraktijk) aanwezig zijn, het percentage dat hiervoor medicatie gebruikt en het percentage daarvan dat in de eerste lijn gecontroleerd wordt / zou moeten worden;
  • Inventariseren welke kosten de nieuwe werkwijze met zich mee brengt;
  • Beoordelen welke aanpassingen gedaan moeten worden aan deze nieuwe werkwijze om het tot een succes te maken.

Naast de pilot voer ik een onderzoek uit om te beoordelen wat de aard en omvang is van de bevorderende/belemmerende factoren die een rol spelen bij de implementatie. Het resultaat van de pilot en het onderzoek is een verslag met daarin een beschrijvende analyse van eerder genoemde punten. Dat levert een bijdrage aan de besluitvorming over het al dan niet gedeeltelijk overhevelen van deze taak van de huisarts naar de jeugdarts in de regio Midden-Brabant.

Behaalde resultaten

Aan het einde van het proces moet het volgende bereikt zijn:

  • Alle kinderen met ADHD worden minimaal twee keer per jaar gezien door een arts in de eerste (huisarts, jeugdarts) of tweede lijn (kinderarts, GGZ) conform de NHG Standaard ADHD bij kinderen.
  • Voor een goede borging is het volgende resultaat van belang:
  • De huisarts en jeugdarts komen vier keer per jaar bij elkaar voor een multidisciplinair overleg (MDO) gericht op de follow-up van kinderen met ADHD.

De pilot gaat net starten, dus we kunnen hier verder nog geen uitspraken over doen.

Evaluatie / borging

De evaluatie van de pilot levert een bijdrage aan de besluitvorming over het al dan niet gedeeltelijk overhevelen van de follow-up van kinderen met ADHD van de huisarts naar de jeugdarts in de regio Midden-Brabant (sturingsinformatie op regionaal niveau).

Hiervoor ga ik het volgende meten bij intermediaire gebruikers (huisartsen, jeugdartsen) en eindgebruikers (kinderen met ADHD en hun ouders):

  • Aantal kinderen met ADHD in een normpraktijk (huisartsenpraktijk). Kwantitatief. Dossieronderzoek.
  • Percentage dat hiervoor medicatie gebruikt.
  • Percentage dat hiervoor gecontroleerd wordt / zou moeten worden in de eerste lijn. Dit geeft een inschatting van het aantal kinderen dat een extra contactmoment op indicatie nodig heeft bij de jeugdarts (kosten).
  • In hoeverre zijn deze kinderen een jaar later volgens protocol gezien door de jeugdarts en de huisarts? Is het gelukt om deze kinderen en hun ouders te bereiken? Kwantitatief. Dossieronderzoek: aan de hand van 5 casussen waarbij het protocol is gevolgd en 5 casussen waarbij dat niet/deels is gelukt, nagaan wat er wel/niet is gelukt en wat daar de reden voor is geweest.
  • Aard en omvang van de bevorderende/belemmerende factoren die een rol spelen bij de implementatie. Kwantitatief. MIDI-vragenlijst afnemen bij huisartsen en jeugdartsen in de regio Midden-Brabant. Evt. aangevuld met kwalitatief onderzoek in de vorm van enkele interviews.
  • Kosten van de nieuwe werkwijze. Kwantitatief. Registeren hoeveel tijd het kost voor de huisarts en de jeugdarts om kinderen met ADHD te zien volgens de nieuwe werkwijze. Evalueren of het lukt binnen de vooraf vastgestelde tijdsduur.
  • Aantal verwijzingen vanuit het medisch domein naar zorgaanbieders in het kader van de Jeugdwet. Kwantitatief. Evalueren of er in vergelijking met voorgaande jaren minder doorverwezen wordt. De gemeente houdt hier een registratie over bij sinds de transitie.
  • Klanttevredenheid: kinderen met ADHD en hun ouders. Kwantitatief. Hoe ervaren kinderen met ADHD en hun ouders de nieuwe samenwerking / geleverde zorg? Korte vragenlijst: smileys gevolgd door een open vraag om feedback / tips te geven.