Probleemstelling

Er wordt veelvuldig bijvoeding gestart naast borstvoeding bij pasgeborene. Er zijn in ons ziekenhuis onvoldoende heldere indicaties en daarnaast zijn protocollen verouderd, daarom kiezen veel artsen voor de veilige weg. Hierdoor krijgen veel kinderen in de eerste cruciale dagen bijvoeding. Dit heeft gevolgen voor de lange termijn waardoor kinderen minder vaak met volledig borstvoeding naar huis gaan en borstvoeding thuis vaker niet wordt doorgezet.

Catharina ziekenhuis Eindhoven
Afdeling: kindergeneeskunde
Auteur: Sanne Vaassen

Datum start: april 2017

Allereerst is het bewezen dat borstvoeding superieur is ten aanzien van kunstvoeding op het gebied van groei, infecties en mogelijk ook het ontwikkelen van allergieën. Vervolgens leidt vroeg starten van bijvoeding en grote hoeveelheden bijvoeding ertoe dat de borstvoeding minder goed op gang komt. Hierdoor zal de kans groter zijn dat de borstvoeding niet op gang komt, of nooit volledig wordt.

Samenvatting
  1. Dit project zorgt ervoor dat minder neonaten onterecht post partum bijvoeding krijgen. Hiermee gaan meer neonaten met volledig borstvoeding naar huis waardoor de kans groter is dat moeders daar ook mee doorgaan.
  2. Tijdens dit project heb ik samengewerkt met de kinderartsen, lactatiekundige en verpleegkundigen. Ik heb protocollen ontwikkeld die gebruiksvriendelijk zijn, duidelijk zijn en de beoogde kwaliteitsverbetering geven. Hierbij was duidelijke communicatie van belang. Ik heb meerdere afspraken en meetings gehad met artsen, collega’s en verpleegkundigen. Dit alles via een voor opgesteld stappenplan over hoe ik dit project wilde aanpakken. Ik heb onderwijs gegeven aan zowel artsen als verpleging om de achtergrond te schetsen en te zorgen dat iedereen wist hoe de protocollen gebruikt moesten worden.
  3. Dit doelmatigheidsproject wordt gewaarborgd doordat de oude protocollen zijn vervangen door de nieuwe. Deze protocollen zijn te ingewikkeld om uit het hoofd te kennen en worden er dus altijd bij gepakt. Daarnaast levert het voor alle betrokkene een verbetering op, waardoor de motivatie hoog is onder zowel artsen als verpleging.